Miri

…is een rustig maar ontaard stadje terend op olierijkdom, maar het is wel voor de meeste toeristen dè uitvalsbasis voor bezoeken aan het Gunung Mulu nationaal park, de Pinnacles en de bekende Niah grotten. Alles is op wandelafstand bereikbaar.

Alle hotelletjes hebben willens nillens een airco systeem, daar kom je niet onderuit. Om het acclimatisatieproces niet te vertragen besluiten we deze ondanks de broeierige hitte uit te zetten. We vinden al snel een geschikt low-budget onderkomen in het “Fairland Inn“, waar we een ruime kamer aangeboden krijgen met daglicht en een propere badkamer met zelfs warm water.

Regelen van permits :

De enige reden om een stop te maken in Miri is omdat je best op voorhand permits en accommodatie voor o.a. de Nationale Parken Gunung Mulu en Niah regelt. Hiervoor moet je je aanbieden in het National Park Booking Office. Het personeel is vriendelijk en behulpzaam en alle boekingen worden onmiddellijk geregeld en schriftelijk bevestigd.

Ook voor trektochten rond Bario in de Kelabit Highlands moest vroeger voor een permit gezorgd worden maar volgens recente info is dat niet meer nodig.

Zoals reeds gezegd is er in Miri niet veel te beleven. Het is een paradijs voor migranten (legale en illegale) en de olieindustrie heeft het heft in handen. De stad ligt slechts 20 km verwijderd van de grens met Brunei. Armoede is vrijwel onbestaande en dat is merkbaar aan de talrijke draagbare telefoons die Jan en Alleman met zich meesleuren.
Tijdens weekendavonden omstreeks 22.00 uur komt de boel tot leven. Pubs, bars en karaoke’s openen hun deuren en op vele donkere straathoeken komen prostituees en vooral travestieten tevoorschijn. Pseudo Chinees-Maleisische rockgroepjes treden op in diverse kroegen en brengen covers van o.a. Deep Purple, Bon Jovi, enz… Een pint bier kost er al snel 9 RM.

Bezienswaardigheden :

  • De overdekte markt is een bezoek wel waard. Je kan er allerlei Chinese gerechten uitproberen in de voedselstalletjes.
  • Canada Hill biedt een mooi en rustiek panorama op de stad gelegen aan de Chinese Zee. Aan de andere zijde van de heuvel kijk je op de groene pracht van het woud. Neem een taxi om je naar de top te laten brengen. Op deze top pronkt de eerste houten olieboortoren van Miri.
  • Het Bilal Restaurant is een culinair Indisch hoogtepunt en zeker de moeite om eens uit te proberen. Chicken-Tandoori met garlick-nan is er bovennatuurlijk lekker en goedkoop.

Bussen naar Batu Niah :

Vanuit de Miri Bus Terminal of Terminal Bas Pujut vertrekken regelmatig bussen. Tickets koop je op de bus. Meestal is er ruim voldoende plaats en comfort aan boord en het benadert de internationale klasse. De rit duurt ca. 90 minuten over een goed onderhouden wegennet.

Batu Niah en Pangkalan Lobang

Het heeft geen enkele zin om in het saaie dorp Batu Niah naar accommodatie te gaan zoeken. Beter is het om je dadelijk naar Pangkalan Lobang te laten brengen waar het hoofdkwartier van het Nationaal Park is gevestigd. Ongetwijfeld de avontuurlijkste manier is een motorboot te nemen aan de oever van de rivier, slechts enkele minuten verwijderd van de bushalte.  Mogelijks kan je zelfs nog delen met andere toeristen. De wankele boottocht wordt een opwindende eerste ervaring temidden van de weelderige vegetatie van het dichte Sarawakse regenwoud. Spijtig genoeg duurt het spektakel slechts een kleine 15 minuten.

In het park zijn bungalows en dormitories te vinden die best wel gezellig ingericht, kraaknet en perfect onderhouden zijn. Blinkende badkamers met witte tegelvloer en -wanden, warm en koud water, grote fan tegen het plafond en zeer ruime kamers met vier bedden.  Als je op je pricacy gesteld bent kan je misschien met wat overredingskracht vier bedden ‘afkopen’ aan een voordelig tarief.

De Niah Caves

Om de grotten te bezoeken (waarvoor kom je anders hierheen ?) regelen we een permit aan de balie van het hoofdkwartier. Dit kost ongeveer 10 RM per persoon.  Veel reizigers komen enkel voor een blitz-bezoek aan de grotten en keren dezelfde dag nog terug. Dit is gekkenwerk en het is beslist aan te raden hier één à twee nachten te blijven. Er zijn namelijk meerdere interessante trektochten mogelijk buiten de grotten.

Bezoek aan een Iban Longhouse

Een van deze mogelijke alternatieven is een bezoek aan het Iban-longhouse via de plankwalk aan de overzijde van de rivier. Om de rivier over te steken roep je gewoon even naar het restaurantje aan de overzijde en onmiddellijk komt iemand je met een bootje oppikken. De overtocht duurt amper een minuutje. Door de sterke onderstromingen wordt het zwemmen hier sterk afgeraden.

Eenmaal aan de overzijde kan je de ‘plankwalk‘ niet missen, het is een houten constructie ongeveer één meter boven de grond en speciaal aangelegd voor de toeristen die niet van vuile schoenen houden. Het pad loopt doorheen een prachtig stuk primair oerwoud recht naar de Niah-grotten. Aan de splitsing moet je dan naar links om het longhouse te bereiken, ga je naar rechts dan loop je de grotten binnen.
De vochtigheidsgraad in het woud is slopend, vooral als je nog niet helemaal aan het klimaat bent aangepast. Iedereen kan dit tochtje zonder al te veel miserie voltooien en als je genoeg tijd uittrekt voor de tocht en af en toe eens blijft stilstaan kan je ten volle genieten van de schitterende jungle-geluiden, de vele kleurige vlinders, insekten en vogels.

De alcohol vloeit rijkelijk

Een enorm longhouse trekt al snel onze aandacht en voor we het weten worden we omringd door een horde giechelende dorpskinderen. Dat deze Iban al flink gemoderniseerd zijn wordt al snel duidelijk als we enkele mountainbikes onder onze neus geduwd krijgen. We maken kennis met Alex en worden binnen uitgenodigd om zijn omvangrijke familie gedag te zeggen. Een lijvige fles zoet naar binnen vloeiende Tuak-rijstwijn zorgt ervoor dat we al snel onze maximumtemperatuur bereiken.

Alex vertelt ons dat er ongeveer 1.000 Ibans in het dorp wonen. Hijzelf werkt in opdracht van de regering als opzichter in de grotten. Hij ziet toe op eventuele vervuiling door het achterlaten van rommel door onachtzame toeristen, voornamelijk Chinezen en Japanners zegt hij.
Van weggaan lijkt geen sprake meer en we praten lang na over politiek, familie, tradities, enzomeer. Men nodigt ons zelfs uit om de nacht door te brengen maar dat zien we echt niet zitten zonder het nodige materiaal.

Fluoriscerende paddenstoelen

Het wordt angstaanjagend snel donker en we moeten dringend terug naar huis. We trekken dan maar onze lange broeken aan om de insekten niet té gelukkig te maken. Als bij wonder blijven de gevreesde muskieten achterwege en zelfs als we onze zaklampen aansteken blijven we redelijk gespaard van lastige insekten. Het is inktdonker en dit maakt het allemaal nog veel boeiender, het aantal decibels dat hier tussen de bomen geproduceerd wordt is niet in woorden te omschrijven. Eenmaal onze ogen aan de duisternis aangepast zijn, zien we de fluoriscerende paddestoeltjes onder het plankenpad glinsteren. Samen met de vuurvliegjes wordt ons een hallucinant schouwspel aangeboden. Een nachtelijke wandeling is beslist een aanrader voor de echte natuurliefhebber.
Eenmaal terug geraakt verrichten een Nasi Goreng Special en een flinke pint ijskoud bier wonderen na een plakkerige wandeldag.

De Madu Trail

Een andere alternatieve route is de zogeheten ‘Madu Trail’, een tocht die volgens het aanwijzingsbordje zo’n anderhalf uur in beslag neemt. Dit kan best met een korreltje zout worden genomen. Het “wandelingetje” ontaardt in een regelrechte ontmoeting met de hel. Het pad doorheen de ‘bush’ is op talrijke plaatsen vrijwel onbegaanbaar door diepe slijkpoelen die we door de dichte tropische vegetatie bijna niet kunnen ontwijken. Broek en schoenen zijn binnen de kortste keren doordrengd met enkele kilo’s kleiachtig slijk en de temperatuur in combinatie met de extreme vochtigheid doet onze moed in snel tempo dalen. Hier zijn de muskieten in grote getallen aanwezig om ons het leven zuur te maken. Andere dieren krijgen we niet te zien. Pas na ruim 5 harde uren bereiken we terug de bewoonde wereld. Deze Madu Trail is een harde dobber, vooral bij regenweer.

En dan … de Niah grotten

Onze trip naar het eigenlijke doel, de Niah-caves kunnen we pas aanvangen omstreeks 17.00 uur. De grotten behoren tot de grootste ter wereld en miljoenen vleermuizen en zwaluwen hebben er hun habitat. Deze zwaluwen bouwen hun nesten soms meer dan 30 meter hoog tegen het plafond. Het zijn deze nesten die zo gegeerd zijn door de Chinezen en waarvoor belachelijk hoge bedragen worden betaald.

Toevallig lopen we Alex tegen het lijf en hij geeft ons graag een rondleiding door de diverse grotten. We leren dat er drie soorten vogelnesten bestaan, nl. witte, rode en gele. Voor de witte en tevens de meest waardevolle betaalt men enorme bedragen per kilo. Om de nesten te kunnen bemachtigen bouwt men wankele bamboe-stellingen of klimt men gewoon met behulp van een touw naar boven. Deze halsbrekende toeren eisen zo nu en dan een slachtoffer.
Eén van de interessantste grotten, de ‘Painted Cave’, is spijtig genoeg wegens onderhoudswerkzaamheden voor onbepaalde duur gesloten voor het publiek. Hierin bevinden zich 1.000 jaar oude schilderingen en kleine houten kano’s die dienst deden als doodskisten wat erop wijst dat deze grot eens een kerkhof was.

Schrijf uw commentaar