In de noordelijke Atlantische Oceaan, zo’n beetje centraal tussen IJsland, Noorwegen en Schotland, ligt een heel bijzonder en piepklein groepje eilandjes. Mysterieus en geïsoleerd van de drukke wereld lijkt het soms alsof de mensheid dit deel van de aardbol vergeten is, en daar zijn de schaarse inwoners allerminst rouwig om.  Op Google Maps moet je al flink inzoomen om er een eerste indruk van te krijgen. De Faeröer eilanden … 18 pareltjes puur natuur dicht bij elkaar.
We starten onze reis op het eiland Vágar. Dit is deel 1 van onze road trip.

Beste eiland-reisbestemming volgens National Geographic

In 2007 riepen de lezers van National Geographic Traveler de Faeröer eilanden uit tot winnaar van de beste eilandbestemmingen (gekozen uit 111 andere eilandgroepen). Men gebruikte heel wat superlatieven om het land te beschrijven : onbezoedeld, afgelegen, uniek, grandioos, …

Maar als een befaamd tijdschrift als Nat Geo zo’n uitspraken doet dan heeft dit vaak gevolgen. Laat ons hopen dat het onbezoedeld karakter van het land behouden blijft en dat het gros van de NG-lezers daadwerkelijk begaan is met de delicate en kwetsbare natuur op de piepkleine eilandjes.

De schapen zijn overal

Faeröer wil niet het tweede IJsland worden. De bevolking kiest voor een afgezonderd leven in de oceaan, zonder al te veel aandacht van de buitenwereld.
Het is duidelijk dat het toerisme in stijgende lijn gaat (+10%).  Hier en daar beginnen de sporen van 110.000 bezoekers per jaar zich al te manifesteren. Gelukkig is de bevolking op haar hoede en sensibiliseert men toeristen veelvuldig om respectvol met het land en haar prachtige flora en fauna om te gaan. Dat lijkt voorlopig nog goed te lukken.

Het land heeft mij in elk geval zeer positief verrast. Je reist er niet goedkoop maar je krijgt er heel wat voor terug.  Heb je te kampen met toenemende stress of een burn-out, dan helpt een road trip over de eilanden je er gegarandeerd sneller weer bovenop. De rust die er overal heerst, de puurheid van de ruige natuur, de oceaan die overal in de buurt is en de vriendelijke bevolking zorgen er voor dat je er telkens weer wil terugkeren.

Miðvágur
Met zijn 1.100 inwoners is Miðvágur het grootste dorpje op Vágar

Gesloten voor onderhoud

In april 2019 werden tien populaire trekpleisters zelfs gesloten voor onderhoud.  Men deed beroep op 100 vrijwilligers uit 25 landen om te zorgen voor een betere bescherming van kwetsbare natuurgebieden, aanleg van wandelpaden, bouw van uitzichtpunten en plaatsing van duidelijke bewegwijzering.
Het project was zo succesvol dat men dit wellicht jaarlijks wil herhalen.

Faeröer gesloten voor onderhoud
Foto: visitfaroeislands.com

Beleef de eilanden in een huurauto en ervaar de beste road trip ever.

Bevolkingscijfers
– mensen: 50.000
– schapen: 70.000
OK, na deze niet onbelangrijke inleiding is het hoog tijd voor het verslag van onze fenomenale road trip met de huurauto. Ik werk deze niet chronologisch af, maar groepeer liever de bezienswaardigheden per eiland. De eilanden en de afstanden zijn zo klein dat het werkelijk niet uitmaakt in welke volgorde je ze bezoekt. Theoretisch gezien kan je gewoon elke dag opnieuw vanuit de hoofdstad Tórshavn vertrekken en comfortabel weer terugkeren. Maar of ik dit aanbeveel ? Nee. Je geniet pas echt van de eilanden als je meerdere accomodaties boekt, verspreid over je traject.  Afhankelijk van je reisperiode is het geen slecht idee om deze vooraf al vast te leggen. Populaire plekjes zoals het Gjáargarður Guesthouse in Gjógv worden druk bezocht in de vakantieperiodes.
Om te voorkomen dat de pagina’s te lang worden deel ik het verslag op per eiland, te beginnen met Vágar, waar het zen-gevoel je meteen na het verlaten van het luchthavengebouw overmant.

Vágar, waar het avontuur begint

Vanuit Kopenhagen vliegen we in een dikke twee uur naar Vágar.  We hebben geluk want de zon breekt regelmatig doorheen de wolken. Het landschap onder ons openbaart zich op spectaculaire wijze en de sfeer zit dus meteen goed.

Landing op Vágar
Landing op Vágar

De luchthaven van Vágar heeft niet veel om handen. Een kwartier na de landing begeven we ons al naar de ruime parkings waar de huurwagens klaarstaan. We kregen van Unicar via e-mail het parking- en rijnummer doorgezonden. De portieren van onze Volvo V40 zijn gewoon los en de sleutels liggen in het handschoenkastje. Er is niemand om ons te controleren en we zijn blijkbaar alleen op de grote parking. De rustige weg en de omliggende spectaculaire bergen liggen vlak voor onze neus te pronken. De slagboom staat omhoog. Gewoon sleutel nemen en vertrekken. Zo simpel is dat op de Faeröer eilanden. Zoiets zijn wij – hectische westerlingen – niet gewoon. Hier heeft men blijkbaar nog vertrouwen in de mensen. Maar van de andere kant … stel dat iemand slechte bedoelingen heeft met de auto, waar zou die ermee naartoe kunnen in het midden van de oceaan …

Info over het huren van een auto en andere praktische zaken behandel ik in een volgend verslag.

The Nix, een mythisch waterwezen

Op amper tien minuten rijden van de luchthaven passeren we de noordelijke oever van het grootste meer, het Sørvágsvatn (ook Leitisvatn genoemd). Ons oog valt op de gestalte van een steigerend paard dat in het water staat op enkele meters van de oever.
Het blijkt om een ‘Nix‘ of ‘Nykur‘ te gaan, een mythisch waterwezen dat zich in allerlei vormen kan transformeren. Niet met de meest nobele bedoelingen helaas.  Volgens de legende veranderde het kwaadaardige wezen hier in een mooi paard met de bedoeling om mensen te lokken en ze in het meer te verdrinken.

The Nix
The Nix is een boosaardig waterwezen dat zich in allerlei vormen kan transformeren

The Nix

’s Avonds wordt het kunstwerk verlicht door schijnwerpers in verschillende kleuren. Het is goed zichtbaar vanaf de weg. Het is via een afslag gemakkelijk bereikbaar.

Gásadalur en Múlafossur, de grootste natuurlijke attractie op de Faeröer eilanden

Eveneens vlak bij de luchthaven, maar dan in westelijke richting, ligt op amper een kwartier rijden het wellicht mooiste dorpje van de Faeröer, Gásadalur. Het dorpje is bovendien wereldberoemd geworden door de Múlafossur,  een waanzinnig mooie waterval die zich over een verticale klif 30 meter naar beneden in de Atlantische Oceaan stort. Er wonen amper 20 mensen.

Gásadalur en Múlafossur
Eén van de mooiste views op de Faeröer eilanden, met de Múlafossur waterval

Gásadalur was tot in 2006 één van de meest geïsoleerde dorpjes in Europa. Dit veranderde in dat jaar toen de Gásadalstunnilin tunnel er werd geopend voor het verkeer. Deze vormt momenteel de gemakkelijkste verbinding tussen de twee dorpjes Bøur en Gásadalur. De donkere tunnel is 1,4 km lang en er ligt slechts één rijstrook. Hier kijk je dus maar best héél goed uit je doppen naar tegenliggers. Gelukkig heb je om de paar honderd meter uitwijkstroken waar je kunt stoppen om de tegenligger door te laten. Voor mensen met weinig rijervaring kan dit wel eens kippenvelmomenten opleveren. Met de verkeersdrukte valt het bijzonder goed mee. De wegen blijven meestal heel rustig – zelfs in vakantieperiodes.

We parkeren onze wagen op een ruime parking vlak na de tunnel aan de rand van het ogenschijnlijk verlaten dorpje. Op het einde van de straat ligt het charmante café Fjorooy. Hier kan je voor of na de wandeling naar de waterval genieten van verse (vis)snacks, soep en een heerlijk tasje koffie.
Van hieruit vertrekt een gemarkeerd wandelpad dat je rakelings langs de kliffen naar de waterval leidt.

Gásadalur

Akelig felle windstoten komen de pret soms verstoren

De wind waait waanzinnig fel om onze oren. Het wordt met momenten zo akelig dat ik mijn zoon met twee handen bij de arm moet vasthouden. Af en toe moeten we er zelfs even bij gaan zitten om onze stabiliteit terug te vinden.
Op een bepaald punt steken we het smalle riviertje over dat zich vlak voor onze neus in de diepte stort. Het duurt even voor we ons realiseren dat we hier aan de top van de fameuze Múlafossur staan. De wind is zo krachtig dat het water terug naar boven geblazen wordt en ons op een ijskoude douche trakteert.

Bovenaan de Múlafossur
Hier duikt het smalle riviertje naar beneden, recht de oceaan in

Het beroemde uitzichtpunt bereiken we via een smalle doodlopende weg, genaamd ‘Inni á Bakka’.
Onze monden vallen open van verbazing als we na deze vrij korte wandeling de waterval in zijn geheel te zien krijgen. Nu begrijpen we pas goed waarom dit plekje één van de meest gefotografeerde locaties is.

Múlafossur tegen de wind
Múlafossur omhooggeblazen door de felle wind

Alternatief voor ervaren wandelaars: volg de oude postroute

Voor de avontuurlijke wandelaars bestaat er een aantrekkelijk alternatief voor de duistere tunnel. Het is immers mogelijk om de bergpas tussen Bøur en Gásadalur over te steken. Toen de tunnel nog niet bestond was dit de route die de postbode moest nemen. Het is echter een niet te onderschatten traject van 5 km over steile stukken, veel hoogteverschillen en rakelings langs kliffen. Er is aardig wat wandelervaring en tredzekerheid voor vereist. Bovendien kan het weer een serieuze spelbreker zijn. Bij mist, zware regenval of felle wind wordt de wandeling sterk afgeraden wegens ronduit levensgevaarlijk. Sterke windvlagen kunnen je namelijk richting klifrand blazen. En geloof me, ik heb de beruchte windvlagen van de Faeröer eilanden aan den lijve mogen ondervinden. Meer dan eens moest ik door de knieën of voor het nemen van een foto aan de rand van een klif zelfs op mijn buik gaan liggen om enige stabiliteit te vinden.

Ik heb deze oude postroute niet gedaan omdat ik met mijn zoontje van 9 geen risico’s wilde nemen. De wind waait soms zodanig fel dat zelfs de waterval niet bij de oceaan geraakt en gewoon opwaarts geblazen wordt. Maar als de omstandigheden gunstig liggen is het een dikke aanrader met fantastische vergezichten op o.a. het vogeleiland Mykines. De wandeling zou zo’n drie uurtjes in beslag nemen. Je moet hierbij wel rekening houden met het feit dat er geen openbaar vervoer voorhanden is. Best vooraf transport regelen dus of een poging wagen met liften.

Het dorpje Bøur
Het dorpje Bøur, met in de verte de bekende zeerots Drangarnir
Drangarnir, de rots met het oog

Sørvágsvatn en de Trælanípan trail

Het grootste meer op de Faeröer eilanden ligt eveneens op Vágar en wordt ook wel eens Leitisvatn genoemd. Deze locatie is vooral populair bij hikers omdat je aan de zuidelijke kant van het meer een heel bijzonder uitzicht krijgt. Vanaf het hoogste punt van een klif (Trælanípan) lijkt het meer door een optische illusie boven de oceaan te zweven.

Trælanípan
Het Sørvágsvatn lijkt boven de oceaan te zweven (foto: guidetofaroeislands.fo)

Landeigenaars beginnen geld te vragen om hun grond te betreden

Om er te geraken moet je er wel wat voor over hebben : 200 DKK (oftewel 26 euro) per persoon voor een wandeling van ongeveer 4 km! De landeigenaars hebben deze onpopulaire beslissing genomen omdat het pad langs het meer in zeer slechte staat was door de vele toeristen.  Het geld wordt gebruikt om het pad toegankelijk te houden en om de wandelaars een beetje comfort te bieden.
Veel wandelaars klagen en spuien kritiek over deze beslissing. Het bedrag is inderdaad vrij hoog, maar we mogen ook niet uit het oog verliezen dat het om privé grond gaat die meer en meer overspoeld begint te geraken door toeristen. Persoonlijk kan ik wel begrip opbrengen voor de eigenaars, maar de bedragen vallen toch wel wat tegen, zeker als je weet dat dit beleid op meer plaatsen toegepast gaat worden. Zo worden de Faeröer eilanden stilaan onbetaalbaar voor velen, maar misschien is dit wel wat de Faeröerders willen: vermijden dat hun land ten prooi valt aan het massatoerisme, zoals we nu beginnen te zien in IJsland.

Trælanípan trail
Op de achtergrond de fameuze Trælanípan en het Sørvágsvatn als ‘infinity pool’ boven de oceaan.

Trælanípan trail

De start van de trail bereik je via het dorpje Miðvágur. Via Google Maps is het startpunt vrij eenvoudig te vinden. De onverharde weg ernaartoe bleek een hele uitdaging voor onze Volvo V40 maar uiteindelijk bereikten we toch de parkeerplek. De eigenaar heeft er intussen een bescheiden café gebouwd en toiletgelegenheid.

Abnormaal felle rukwinden gooien roet in het eten

Het wandelpad leidt ons langs de westelijke oever van het meer en is niet zwaar.  Het zonnetje breekt regelmatig door maar eenmaal we de steile kliffen naderen worden we eensklaps geconfronteerd met verraderlijke rukwinden. Het wordt zelfs zo erg dat ik mijn zoon vraag om te schuilen achter een rots terwijl ik probeer om verder te geraken tot op het bekende uitzichtpunt. Maar het is me gewoon niet gelukt. Pijnlijk is dat. De wind blaast me letterlijk omver en ik moet regelmatig op m’n knieën gaan zitten. Zo dicht bij de steile kliffen kom je snel in levensgevaarlijke toestanden terecht. Ik lig plat op mijn buik in het zachte gras om toch een paar foto’s te kunnen nemen terwijl de ijskoude rukwinden mijn adem afsnijden.

Trælanípan klif
De Trælanípan klif steekt 142 m boven de zeespiegel uit
Lake meets ocean
Lake meets Ocean, met de Bøsdalafossur waterval
Trælanípan
Trælanípan kliffen

Al bij al – ondanks de verraderlijke winden – vonden we dit een zeer geslaagde wandeling. Eentje die je niet mag overslaan als je op de Faeröer eilanden reist.  Ik hoop in elk geval in de nabije toekomst nog eens te mogen terugkeren, in andere weersomstandigheden dan wel.

Na deze mooie ervaring zetten we onze weg verder, door de sub-zeetunnel naar Streymoy…

In het tweede deel van onze road trip bezoeken we het grootste eiland – STREYMOY.
Stay tuned…

Schrijf uw commentaar